18 januari 2021

Hoe is het nu met…….Edithe van Roosmalen?

De mensport kent een groot aantal mensen die in het verleden actief waren in de sport en veel voor de sport hebben betekend. Hoefnet gaat op zoek naar een aantal van deze coryfeeën om te vragen hoe het nu met ze gaat. In deze aflevering het woord aan Edithe van Roosmalen.

Beesd 2015
Foto: Rinaldo de Craen

De van oorsprong Belgische Edithe van Roosmalen (73), woonachtig in Lanaken, is een paardenvrouw in hart en nieren. Ze was chef d’équipe van de Belgische en Nederlandse vierspannen en zelf actief in de enkelspansport op internationaal niveau. Met het mennen kwam ze in aanraking door haar man Tonny.

Springsport

Edithe groeide op tussen de paarden; thuis hadden ze een pensionstal en zij reed paarden onder het zadel. Veelal in de springsport, waarin zij ook op topsportniveau heeft gereden. En met succes. Zo overwon ze met haar paard Kilalou een muur van twee meter hoogte.

Er werden daarnaast ook veel jachtpaarden getraind en verzorgd. Op zondag nam de high society dan deel aan jachten. Natuurlijk werden er ook regelmatig paarden verkocht, wat voor de jonge Edithe soms een hard gelag was. Zo vergeet ze bijvoorbeeld nooit de Engelse volbloed die heel bang was voor een balkje. Maar Edithe won zijn vertrouwen en kreeg hem klaar. “Hij had een blesje en vier witte benen”, weet ze nog. “Ik heb met dat paard heel veel gesprongen. Toen ik zeventien of achttien jaar oud was, werd hij verkocht en ik vond het heel erg om hem twee weken later terug te zien bij zijn nieuwe eigenaar met vier dikke benen. Hij heeft hem nooit uitgebracht.”
Dat Edithe een veelzijdige paardenvrouw is, bleek al op jonge leeftijd. Want ook aan de draverskoersen onder het zadel in België nam ze deel.


1964: Edithe in actie met het paard met Kilalou
Foto: Privécollectie

Van tuigsport naar mensport

Echtgenoot Tonny was actief in de tuigpaarden en zo begon de kennismaking met de aangespannen sport. Zelf reed Edithe ook wedstrijden in het damesnummer. Op een keer besloten ze om naar een marathon in Zutendaal te gaan kijken.
Edithe: “We wisten niet wat we zagen en dachten ‘wat doen die mensen hun paarden aan?!’.” Maar toch gingen ze de mensport in: “Wij wonen in de bossen. Tonny vond tweespan rijden niet zo leuk en daarom ging hij tandem rijden. Ik groomde bij hem, want zelf reed ik toen nog onder het zadel. We beleefden veel plezier op die wedstrijden. Dat was toen nog met vijf trajecten. Tonny won ook een keer op de kampioenschappen, maar omdat hij geen Belg was, kon hij geen kampioen worden. Voor ons was het pure ontspanning; we keken niet naar resultaat. Het was die eerste tien tot vijftien jaar in België echt heel leuk, qua sfeer en alles er omheen, om mee te doen. De verscheidenheid maakt de menwedstrijden altijd leuk en de saamhorigheid, hoewel ik moet zeggen dat je die saamhorigheid nu alleen nog maar ziet bij de enkelspannen.”


2003: Goud met het Belgisch team in Aken
Foto: Privécollectie

Chef d’équipe

“Ik was acht of negen jaar lang chef d’équipe van de Belgische vierspanrijders. Die kende ik allemaal en dat was makkelijk. Ik zag hen op de wedstrijden en rolde er van af 1997 in. Het is in België vooral de kunst om de Walen en de Vlamingen bij elkaar te brengen. We hadden in die tijd Felix Brasseur als enige topprofessional. De anderen waren amateurs. Het was dus de kunst om daar een team van te maken en dat is fantastisch gelukt.”
Eén van de mooie momenten was het behalen van goud in Aken (2003). Een jaar later werd op het WK in Kecskemét een bronzen teammedaille gehaald. “Ook daar was er veel saamhorigheid in het Belgische team,” vertelt Edithe. “Zo zei Felix: ‘Vanavond is de barbecue bij mij.’ De Nederlanders daarentegen deden alles apart.”

In 2005 en 2006 was Edithe chef d’équipe van de Nederlandse vierspanrijders. “Ik kreeg een telefoontje met de vraag of ik dat wilde doen. Mijn voorganger Jaap Boom zei: ‘Jij kunt dat gemakkelijk aan.’ Ik heb er even over nagedacht en vond het een leuke uitdaging.”
Ze vervolgt: “De opdracht was om van voren af aan te beginnen en ik kwam met de KNHS overeen dat ik het twee jaar zou doen.” En zo gebeurde het ook. In Nederland was het niveau van de vierspanrijders heel anders dan in België. Niet alleen in aantal, maar de Nederlandse vierspanrijders waren vrijwel allemaal professionals. Natuurlijk kende Edithe de Nederlandse rijders, maar meer van een afstand. Ze moest ze allemaal gaan volgen, kijken hoe ze hun trainingen deden en welk materiaal ze hadden.
“Ik heb het met plezier gedaan”, zegt ze over die periode. “Ik ben altijd emotioneel betrokken en regel graag dingen. Zo zit ik wel in elkaar, maar ik houd niet van met modder smijten.”. Nog lang erna werden er met rijders als IJsbrand Chardon, Koos de Ronde en Theo Timmerman mooie resultaten geboekt.

In de twee jaren dat Edithe chef d’équipe van de Nederlanders was, reed ze zelf geen wedstrijden, zodat ze de menners goed kon volgen.


Edithe in actie met Chico
Foto: Marie de Ronde-Oudemans

Enkelspan

Toen Edithe ooit begon met mennen, heeft ze heel even tweespan gereden, maar het enkelspan lag haar meer. “Ik ben nooit goed geweest in dressuur, op één tuigpaard na waarmee ik een keer 33 strafpunten reed in de dressuur. De kwaliteit van paarden geeft natuurlijk de doorslag. Voor mij was mijn vos Kick een heel fijn paard. Hij had indoors gelopen in het tweespan en was voor mij een zalig enkelspanpaard.” .
Met Kick reed Edithe ook internationaal en zeker in de vaardigheid ging het altijd goed. Na Kick kwam Chico, een paard met een gebruiksaanwijzing: “Hij was heel onzeker en had een aandoening aan zijn oog. Dat oog hebben we eruit laten halen. Als hij je vertrouwt is het echt een heel lief en fijn paard. Ik heb ook veel plezier met hem beleefd en hij loopt nog steeds bij ons in de wei en heeft zo een zalig leven.”


De nieuwe hobby met Whippet Paddy in actie
Foto: Privécollectie

Honden

Met mennen zijn de Van Roosmalens inmiddels helemaal gestopt. Hun laatste wedstrijd in Horst (2016) verliep onfortuinlijk. Ze sloegen om in een hindernis en kwamen lelijk ten val. Edithe: “Tonny brak zijn schouderblad en ik mijn staartbeen. Achteraf bleek dat ik ook nog een wervel had gebroken en toen moest ik in een korset.”
Gelukkig is het lichamelijke leed nu achter de rug, maar aanspannen is er niet meer bij. “Je moet bij ons in het bos met een sleutel de slagbomen open en dicht maken en dus vlot van je wagen op- en afstappen. ” legt Edithe uit. “Tonny is bijna 88 jaar en kan dat niet meer. We hebben alles gedaan wat je kunt bedenken qua paarden. Nu hebben we ons ritme op een andere manier gevonden. We zijn veel buiten en genieten van onze honden.” Een nieuwe liefhebberij is de windhondensport, waarbij de Whippets zich helemaal kunnen uitleven en zelf bepalen wat ze leuk vinden. Sinds kort is daar weer een puppy van twaalf weken bij gekomen. Daar hopen ze lang van te genieten.
Edithe: “En we hebben een camper gekocht. Zo kunnen we gemakkelijk naar de menwedstrijden gaan kijken als we zin hebben en welkom zijn.”


Puppy Beau-ke is de nieuwe aanwinst
Foto: Privécollectie

Auteursrechten voorbehouden. Overname zonder bronvermelding en toestemming via [email protected] niet toegestaan.