
Jurering CTA-wedstrijd in Snellegem | Reactie op ingezonden brief van dhr. en mevr. Voorn
AuthentiekVan Authentiek Gerij-liefhebber Christian Lesieur ontving de redactie van MenSport & Showpaard een reactie per mail op de ingezonden brief van de heer en mevrouw Voorn, waarin zij hun ongenoegen uiten over de jurering op de wedstrijd in Snellegem (B).
“Vooreerst vind ik het spijtig dat deze brief verschijnt zonder wederwoord van de organisator. Ik reageer op dit artikel omdat de visie van dhr. en mevr. Voorn niet helemaal correct is, zeker tegenover de organisatoren en juryleden, én zeer kortzichtig. Het traditiemennen is een sport die uitgevonden is eind jaren negentig door mensen die uitgerangeerd waren in de sportieve mensport. Zij wilden een nieuwe sport creëren geënt op de drie onderdelen van een sportieve wedstrijd nl: Presentatie (dressuur), Drive met enkele praktische proeven (marathon) en de vaardigheid (vaardigheid).
Deze mensen waren niet snel genoeg met hun paarden in marathonhindernissen en wilden zich toch competitief met elkaar meten. Het liefst wilden ze dit doen met antieke rijtuigen. Zo konden ze zich onderscheiden van het gepeupel die met eenvoudig materiaal toch een sportieve wedstrijd kon rijden. Kortom een sport voor de betere burger. Ook konden ze het zich permitteren om minder getrainde paarden voor te brengen. Ook het dressuurmatig mennen was minder belangrijk.
Zo ontstond het traditiemennen...
Dat traditiemennen zit de laatste jaren in de lift en internationaal worden er wel meerdere traditiewedstrijden georganiseerd, al dan niet onder vlag van AIAT. Zo ook gebeurde dit in Snellegem op het domein van de familie De Busschère onder de vlag van BDA, maar met het Franse reglement omwille van het internationale karakter van de wedstrijd. Er waren 32 deelnemers waaronder Belgen, Fransen en Nederlanders. Ook de jury werd internationaal samengesteld.
Het presentatie-onderdeel bij een traditiewedstrijd is en blijft een jury-gebeuren. Dat wil zeggen dat de persoonlijke mening van elk jurylid afzonderlijk wordt genoteerd. Elk vanuit zijn eigen deskundigheid. Daarom zijn er dus ook drie juryleden. het resultaat geeft een gemiddelde van de drie jury’s. Net zoals bij schoonduiken, turnen maar ook paardendressuur blijft de persoonlijke smaak van een jurylid primeren.
Juryleden krijgen vijf minuten om een span te beoordelen. Dat is heel kort. Reden hiervoor is omdat veel paarden niet lang kunnen stilstaan. Dan is het normaal dat het ene jurylid iets opmerkt terwijl de andere dat helemaal niet ziet. Zo kan je inderdaad een groot verschil van punten hebben. Jurering is vaststaand onderdeel van deze sport. Er bestaan nu eenmaal weinig vaste regels wat betreft het tuig, rijtuigen en kledij op het rijtuig.
Wat wel bij elk jurylid primeert is de veiligheid én het comfort van het paard. Daar zal elk jurylid het over eens zijn bij gevaarlijke toestanden. Deze worden dan ook zwaar bestraft. Bijvoorbeeld bij het al of niet gebruik van een broek bij de paard(en) bestaan er al heel wat verschillende mogelijkheden: men heeft de Franse broek, de valse broek met of zonder slagriem, de Engelse broek, de broek voor een victoria enz. Dus het gebruik van een broek kan anders zijn volgens het land van herkomst of rijtuig. Er zijn dus weinig vaste regels. Wat wel een onbetwistbare regel is, is de veiligheid om te rijden met de broek én het comfort voor het paard. Dat moet bij elke aanspanning afzonderlijk beoordeeld worden.
Er bestaan heel veel historische boeken, ook uit de jaren 1850 tot 1920, waarin heel veel beschreven werd. Maar afhankelijk van de auteur waren er grote verschillen, kijk alleen naar bijvoorbeeld de kledij van de grooms. Er zijn in alle rubrieken trouwens verschillen per land of regio, zeker wanneer er regiogebonden aanspanningen voorgesteld worden. denk bijvoorbeeld aan de Friese aanspanning of de tiroleraanspanning of de Noorse aanspanning of gewoon de Franse postaanspanning. Niet elk jurylid kan in al deze wijzen van aanspannen deskundig zijn.
Anderzijds bestonden er in de glorietijden van het aangespannen rijden zoveel uitvindingen én patenten dat men door het bos de bomen niet meer kan of kon zien. Alles wat vandaag als modern wordt gezien werd reeds in de jaren 1900 uitgevonden. Het is dan ook normaal dat een jurylid niet àlles kan kennen.
Bij jumping is het eenvoudig men is ofwel buiten tijd ofwel heeft men één of meerdere balken. Dat klopt. Bij de drive is men binnen of buiten tijd, dat klopt ook. Bij de vaardigheid heeft men balletjes of geen balletjes. Maar bij de presentatie geeft een jurylid zijn persoonlijke mening én die kan inderdaad verschillen van een ander jurylid of zelfs deze van de menner.
Wanneer men de presentatie weglaat uit het traditiemennen of minder laat doorwegen heeft deze sport niets meer met traditie te maken. Het zijn net de juryleden die die traditie helpen bewaren en ja, die kan verschillen van land tot land. En dat kan inderdaad zijn weerslag hebben in de quotering.
Wat betreft bijvoorbeeld de benaming van een rijtuig door de juryleden: Rijtuigen hebben vaak verschillende benamingen. Een Rallicart is een dos à dos maar die kan ook gig genoemd worden die dan ook behoort tot de dogcarts. Afhankelijk van het land én de bouwer kregen rijtuigen andere benamingen. Als je dan juryleden uit verschillende landen hebt dan kunnen er inderdaad andere benamingen zijn.
Eigenlijk zou traditiemennen helemaal geen onderwerp van wedstrijden mogen zijn. Wat er in de glorietijd van het aangespannen rijden wel bestond, waren keuringen voor goedgaande paarden én elegantiewedstrijden. Bij dit laatste zocht men naar een voor het oog mooie én veilige aanspanning. Maar dan komen we weer op hetzelfde uit: het was een jurysport die door drie juryleden met hun eigen deskundigheid werd beoordeeld én dat is geen wetenschap !
Wanneer men de onafhankelijkheid én de deskundigheid van een jurylid niet kan of wil aanvaarden, moet men zich tot een andere sport wenden of een nieuwe sporttak oprichten.”
Christian Lesieur,
in hart en nieren liefhebber van traditiemennen.
cc organisator dhr A. De Busschère en voorzitter van de jury, dhr B. Vandenberghe
Lees hier de brief van Albert en Irma Voorn
Foto: Henk Rogiers















