30 juli 2015

Pavo vraag: Paard accepteert weinig tot geen druk op de tong- wat te doen?

Vorige week kon je via Hoefnet een vraag voor IJsbrand en Bram Chardon insturen en maakte je daarmee kans op een gratis les bij Manege Chardon in Schipluiden. Uit het grote aantal reacties werd de vraag van Edwin en Anita Stok gekozen:

Momenteel mennen wij in de rubriek enkelspan paard klasse 2.
Hoofdzakelijk bij de dressuur lopen wij tegen het probleem aan dat ons paard weinig tot geen druk accepteert op de tong. Hierdoor trekt hij de tong terug (onder het bit vandaan) en gaat achter de teugel lopen. Dit resulteert in geen voorwaartse drang meer, maar ook in veel tact fouten.
We rijden met een stang, die naar boven gebogen is en met een bit-lifter.

Op dit bit loopt hij nog het beste.

Inmiddels diverse soorten bitten geprobeerd van de meest eenvoudige trens, dubbelgebroken bitten, vier-ringstrens, bitten met tongbogen etc.
Op de wedstrijd is het probleem groter dan tijdens de trainingen thuis.
Hebben jullie nog een advies hoe we dit probleem zouden kunnen oplossen?

Voordat je naar een oplossing kunt gaan zoeken in de bitten of rijtechniek, moet je zeker weten dat er niets mis is in de mond van het paard. Niet alleen gebitsproblemen, maar ook andere mondklachten of problemen met de lagen kunnen pijn en stress veroorzaken. Dit zal sowieso uitgesloten moeten worden door de paardentandarts of gebitsverzorger.
Een pasklaar antwoord op de vraag is moeilijk te geven, maar er zijn verschillende suggesties om uit te proberen.

De bitlifter zorgt ervoor dat het bit minder druk geeft op de tong en de lagen van het paard. Hiermee verplaats je de druk van het bit naar de neusriem, zoals bijvoorbeeld een hackamore ook doet. Een goed aangebrachte bitlifter is strak genoeg bevestigd van de bril aan de linkerkant, door het neusriemlusje, aan de bril aan de rechterzijde. Altijd aan de bril, vanwege de scharnierfunctie van de scharen en het bit dient hoog genoeg opgehangen te worden zodat er mondplooien te zien zijn.

Een stang met een naar boven gebogen mondstuk geeft tongvrijheid wanneer de leidsels los hangen, maar met het aannemen van de leidsels kantelt het bit naar voren en is de tongvrijheid weg. Beter is om een bit te nemen met een naar voren gebogen mondstuk omdat deze meer ruimte voor de tong geeft met het aannemen.

Sommige paarden zijn niet gecharmeerd van staal en reageren beter op een kunststof bit. Een voorbeeld van een fijn zacht bit is één met een flexibel, wit rubber mondstuk waarin een ijzerdraad gemonteerd zit voor de sterkte. Het is bij elk bit wel even puzzelen met de afstelling van de leidsels, de kinketting (bij de leidsels door de bril heeft deze geen functie), de neusriem en het wel of niet gebruiken van de bitlifter.

Mocht het paard de tong toch over het bit willen blijven gooien, is het bij deze bitten mogelijk om een “losse” tonglepel te gebruiken, dat wil zeggen: een tonglepel die bij het kantelen van het bit (dus wanneer de leidsels aangenomen worden) rustig op de tong blijft liggen.
Rijtechnisch bestaat het Scala der Ausbilding (schaal van africhting) uit zes hoofdpunten (1 – takt, 2 – ontspanning, 3 -nageeflijkheid/aanleuning, 4 – impuls/schwung, 5 – rechtgerichtheid, 6 – verzameling) die niet strikt noodzakelijk in die volgorde aangehouden moeten worden. De punten 1, 2 en 3 moeten soms een wisselwerking hebben waarbij vooral aanleuning en ontspanning soms even belangrijk zijn.

Het hebben van druk op het bit betekent niet altijd dat de aanleuning goed is. Dit moet een veerkrachtige verbinding blijven tussen de paardenmond en de hand van de menner. In dit specifieke geval is er soms misschien wel sprake van een lichte druk, maar volgt het paard de hand niet wanneer de menner deze opent. Het is belangrijk om elke dag in de training op zoek te gaan naar die constante aanleuning, de veerkrachtige verbinding.
Mijn advies om dit te bereiken is om voorlopig niet teveel wedstrijden te rijden, omdat het paard tijdens wedstrijden niet zal verbeteren. Het is belangrijk om er eerst voor te zorgen dat de aanleuning bevestigd is in de training. De training zelf dient simpel te zijn om dit te bereiken. Niet teveel moeilijke overgangen en / of moeilijke wendingen rijden, zodat het paard zelf naar een constante aanleuning zal zoeken en vinden, in balans zal komen en daardoor ook geen tactfouten zal gaan maken.

Je zult voorwaarts de druk op moeten zoeken en als je druk verliest probeer je het paard voorwaarts naar de hand toe te rijden, waarbij het belangrijk is dat de hand gesloten is, maar wel zacht blijft. Op het moment dat je hand te ver naar voren gaat en de leidsels loshangen kan het paard geen druk aannemen. Een paard dat niet voorwaarts is, zal “terugkomen” op het moment dat je druk neemt. Dan is het belangrijk direct de voorwaartse drang terug zien te krijgen.
Een menner heeft geen zit-, gewichts-, en beenhulpen tot zijn beschikking en dus is het nóg belangrijker voor een menpaard om een goede aanleuning te hebben, zodat hij te sturen valt.
Bij dit paard is het belangrijk de constante aanleuning boven de gewenste hoofd / halshouding te verkiezen. Dag in, dag uit is het belangrijk om hieraan te werken tot dit doel bereikt is, in welke klasse de menner ook zit.



Edwin en Anita hebben hiermee een uitnodiging te pakken voor de lesdag bij Manege Chardon met hun eigen aanspanning!
Volgende maand loopt de actie opnieuw, dus houd Hoefnet in de gaten en stuur je vraag in!