
"Een KWPN'er is voor
mij een uitzondering"
Mathilde Jütting heeft een dijk aan ervaring met het opleiden en uitbrengen van paarden en pony's onder het zadel en aangespannen. Ze geeft sinds jaar en dag les en besloot in 2011 de jurycursus mennen dressuur van de KNHS te volgen. Vanaf dit jaar gaat ze een nieuw avontuur aan als FEI-jurylid. Ze maakt haar debuut tijdens de internationale menwedstrijd in Exloo, een week nadat dit magazine verscheen. De hoogste tijd dus om met haar in gesprek te gaan over de sport, haar drijfsveer, ambities en hoe zij al haar activiteiten binnen de mensport combineert.
Mathilde Jütting is niet opgegroeid met de mensport. Op haar elfde had ze haar eerste paardrijles, werkte daarna jaren in binnen- en buitenland op stallen en runde daarna haar eigen hengstenopfokbedrijf en trainingsstal. Ze deed aan dressuur, springen en eventing onder het zadel, gaf les onder het zadel en had meerdere dekhengsten: Arabische Volbloeden en de miniatuur Appaloosa-hengst Tom van de Laaresch van 92 centimeter groot. Door een heftige val tijdens een training van een paard onder het zadel brak Mathilde haar rug. Lange revalidatie volgde, maar met dezelfde intensiteit blijven rijden, bleek al snel geen optie meer. Ondertussen bleef Tom in de zomer actief als dekhengst, in de winter was hij vrij. "Daarom vroeg een vriendin van me, die les gaf aan kinderen, of ze hem in de winter mocht lenen. Ze wilde hem aangespannen beleren en dan inzetten voor de kinderlessen. Ik vond het prima. Ik had niets met mennen, vond het een sport voor oude mannen, maar had er ook niets op tegen dat anderen het wel leuk vonden. Ik dacht 'zolang het mij geen tijd kost en Tom in de zomer blijft dekken, vind ik het prima als zij met hem aan de slag gaat voor de wagen'. Tom leerde snel en toen ik een paar weken later kwam kijken, herkende ik hem nauwelijks", laat Mathilde weten. Tom was gegroeid in bespiering, zag er fitter uit dan ooit én had heel veel plezier in het werk. Vrienden van Mathilde haalden haar over om zelf plaats te nemen op de koets. "Ik was niet meteen om, maar zag wel dat Tom het heel leuk vond én dat ik dit met mijn rug volhield. Omdat ik veel ervaring had onder het zadel, ben ik steeds meer zelf met hem aan de slag gegaan. Vanaf het moment dat we onze eerste dressuurwedstrijd reden en de jury uit het juryhuisje kwam met de mededeling dat 'het nooit wat ging worden' en dat Mathilde hem 'beter in de wei kon laten staan als grasmaaier', was Mathilde om. Ja, dat zijn uitspraken waarvan ik heel fanatiek word. Ik ben iemand die heel graag het tegendeel bewijst, die het juist interessant vindt om met een paard of pony aan de slag te gaan die misschien niet binnen het 'standaardplaatje' valt. Bovendien geloofde ik echt dat Tom een hele goede pony was. Achteraf heb ik veel te danken aan deze jury, want ik weet niet of ik zó fanatiek was geworden en in de mensport verder was gegaan als hij niet zo stellig en negatief was geweest."
Proef van zeventien minuten
Binnen drie jaar gingen Mathilde en Tom van B-dressuur naar ZZ. "De allerlaatste wedstrijd die ik met Tom reed, zat hetzelfde jurylid naast de baan als de allereerste keer. Ik was hem verder nergens meer tegen gekomen, dus ik vond het heel gaaf om mijn eerste en laatste wedstrijd bij hem te mogen rijden. Toen ik naast zijn auto stond en me aanmeldde, vroeg hij nog of ik er zeker van was dat we ZZ startten. Ik vergeet dat nooit meer, we reden 217 punten in het ZZ. De proef duurde zeventien minuten, want het duurt met zo'n kleintje natuurlijk lang voordat je alle lijnen in een 20 bij 60m-baan hebt gehad, haha! Daarna kwam de jury weer de auto uit en zei toen: 'menig KWPN'er kan niet zo goed en correct verzamelen als jouw pony'. Het grootste compliment ooit, wat mij betreft." Nadat Tom met pensioen ging reed Mathilde nog dressuur, vaardigheid en uiteindelijk ook samengestelde menwedstrijden met haar pony Boy. "Echt een geweldig dier. Super knap, fijn om mee te werken, maar wel een pony met een gebruiksaanwijzing en een ongelofelijke rugzak. Hij was beleerd, maar bleek ontzettend bang voor de wagen. Waarschijnlijk is hij, zonder al te veel voorbereiding, in het vierspan gezet en heeft daarin zelf zijn weg moeten vinden, opgesloten tussen de koets en de pony voor hem. Het heeft onwijs veel tijd gekost om hem vertrouwen en plezier in het werk te geven, maar toen dat eenmaal goed zat, liep hij met zijn 1.25m in het enkelspan de sterren van de hemel. We wonnen veel en er werd over ons gepraat alsof het allemaal 'maar gewoon aan kwam waaien'. Mijn leven staat 24/7 in het teken van de pony's en hun trainingen en daar heb ik werkelijk alles voor over. Strak stalmanagement, uitgebreid voermanagement, top hoefsmid, meedenkende dierenarts, scherp trainingsschema en een ijzersterk team maakten dat alle resultaten er mochten zijn. Ons teammotto was altijd: finishen met een glimlach. Vanwege mijn gezondheid en door de negatieve lading die velen aan de resultaten gaven, verloor ik het plezier in het wedstrijd rijden. Hierdoor stopte ik in 2018 met actief deelnemen aan wedstrijden. Ik ben liever bezig met mijn pony’s en paarden thuis, het opleiden van mens en dier. Daarvan kan ik intens genieten."
Instructeur & jury
Nadat Mathilde besloot om stoppen met het rijden van wedstrijden, kreeg de verveling geen tijd om toe te slaan. "Het lesgeven onder het zadel deed ik al sinds mijn zestiende en doordat ik goed presteerde in de mensport, kwam ook daar steeds meer vraag naar mijn lessen. Langzaam is mijn focus volledig verlegd naar de mensport, naast mijn parttime baan als officemanager op kantoor", aldus Mathilde. In de weekenden is ze met regelmaat te vinden op wedstrijd, als jury. "Ik heb eerst de opleiding tot dressuurjury gevolgd in 2011, omdat ik daarmee in de trainingen en het lesgeven veel bezig was en ik me er verder in wilde verdiepen. Het was niet perse mijn ambitie om ook daadwerkelijk aan de baan te zitten, maar ik wilde wel leren hoe een jury naar een aanspanning keek, om beter te begrijpen hoe een beoordeling tot stand kwam en hoe ik daarop eventueel kon anticiperen in mijn lessen en trainingen." Van het een kwam het ander, later werd ze ook jury vaardigheid en marathon. In 2024 kwam de mogelijkheid om de opleiding tot FEI-jurylid te gaan volgen. "Het was niet perse mijn ambitie om de overstap te maken naar internationaal niveau. Maar soms loopt het nu eenmaal zo; ik had geen reden om het niet te doen en zag ook hierin wel een uitdaging. In de nationale sport en bij mijn lesklanten zie ik een grote verscheidenheid aan rassen. Van alle lesklanten heb ik er maar één met een KWPN-tuigpaard. De diversiteit aan rassen lijkt internationaal veel kleiner".
Hoe ga je om met de mogelijkheid van een conflict of interest?
"Daarmee bedoel je, denk ik, dat als ik een lesklant voor me zou krijgen als ik op wedstrijd actief ben als official? Dat blijven lastige dingen. Kijk, het liefst houd je dat strikt gescheiden, maar zo makkelijk is dat in de praktijk niet. Nu ik steeds meer lesklanten krijg, snijd ik ook steeds meer mensen in de vingers als ik jureer. Want als ik besluit dat te doen, betekent dat dat zij er niet kunnen rijden. In de praktijk zie je dat er niet altijd genoeg uitwijkmogelijkheden zijn voor mensen en dan kom je elkaar weleens tegen. In de dressuur is dat meestal wel op te lossen, dan jureer ik bij een andere ring dan waar mijn klanten rijden, maar in de marathon kom ik natuurlijk alle deelnemers tegen. Daaraan is niet altijd iets te doen, maar om de mogelijkheid zo klein mogelijk te houden, ben ik de afgelopen jaren minder gaan jureren. Het voordeel van de overstap naar de FEI is dat ik daar geen lesklanten tegenkom. De meesten hebben geen internationale ambitie. Ik heb niet eerder zelf op internationaal niveau gereden, heb er weinig contacten en heb ook geen andere functies binnen de FEI gehad. Wat dat betreft ben ik waarschijnlijk een van de meest onafhankelijke officials en staat het los van hetgeen ik voor de nationale sport in Nederland doe."
Is het moeilijker om een kleine pony te jureren dan een KWPN-paard?
"Dat ligt eraan hoe je ernaar kijkt. De gevraagde onderdelen blijven hetzelfde en de correcte uitvoering ervan ook. Alleen is het voor een jury misschien wel beter opletten als een kleine pony over de diagonaal komt om te strekken. Ook een kleine pony kan meer bodem pakken, omhoog komen in de schoft en zijn bekken kantelen om zich extra vanuit de achterhand te dragen. Het gaat sneller, maar de principes blijven hetzelfde en daardoor zou het op dezelfde manier te beoordelen moeten zijn als bij een grote KWPN'er die met een paar passen aan de overkant is. Daarbij zie je vaak dat er veel voorbeen te zien is, maar het ruggebruik en kantelen van het bekken gebeurt lang niet altijd. Wat mij betreft is het dan niet correct uitgevoerd, hoeft dat dus niet hoger beoordeeld te worden dan een mini die de oefening wel correct door zijn lichaam uitvoert. Maar ja, het gaat sneller en dat maakt het lastiger om het goed te zien, maar als jury zijnde moet je oog daarop getraind zijn. Het moet wat dat betreft niet uitmaken wat je in de baan krijgt."
Zijn er mensen waar je naar opkijkt?
"Naar iemand opkijken vind ik een heel groot woord, maar ik vind Hermann van den Bosch bijvoorbeeld een super goede jury en persoon. Hij heeft super veel ervaring maar blijft altijd heel nuchter en eerlijk. Hij is iemand die écht geen vooroordelen heeft over mensen, ook niet als ze al veel gepresteerd hebben. Hij beoordeelt wat hij ziet en wil dat iedereen altijd het reglement naleeft. Daar sta ik precies hetzelfde in en daarom is Hermann iemand die ik wel een 'grootheid' noem." Leuk feit: tijdens de internationale menwedstrijd in Exloo zitten Mathilde en Hermann beide bij dezelfde ring!
Stelling: Bij het mennen kan een jury niet altijd alles zien
"Ja, daar ben ik het mee eens. Tegelijkertijd vind ik niet dat de positie van de juryhokjes op FEI-wedstrijden moeten veranderen hoor. Bij de KNHS-wedstrijden vind ik het wel jammer dat de positie op de E-B lijn is komen te vervallen, ik vond dat een plek waar je heel veel onderdelen goed kon beoordelen. Maar er hangt nu eenmaal een koets achter onze pony's en paarden en dat betekent dat als een paard recht van je weg rijdt, dat je alleen kunt zien hoeveel bodem hij pakt en of hij in takt loopt. Maar omdat het een feit is dat een jury niet alle onderdelen perfect kan zien, zitten we ook nooit alleen naast de baan. Er is er altijd één die het perfect passende cijfer kan geven en de jury die daarop geen goed genoeg zicht had, kan wel het verschil beoordelen tussen een voldoende of een eventuele onvoldoende. Daarover zouden geen discussies moeten zijn, het is tenslotte voor alle deelnemers hetzelfde in die wedstrijd."
Stelling: Er zouden vaker nieuwe dressuurproeven ontwikkeld moeten worden
"Ja, eens. De dressuursport onder het zadel heeft meerdere proeven per maand, waarom doen wij dat niet? Ik weet wel dat het moeilijk is om de proeven te ontwikkelen en te testen, maar als de dressuurruiters dat kunnen, dan zou dat voor ons toch ook mogelijk kunnen zijn? Bovendien denk ik dat de sport er ook eerlijker van wordt. Als er meer proeven zijn, wordt er meer variatie gevraagd en zul je dus zien dat er ook meer proeven komen die andere paarden misschien wel iets beter liggen. Ik denk dat het interessanter wordt omdat paarden en pony's de proeven minder snel uit hun hoofd kennen, dat het eerlijker wordt én dat degenen met een gedegen opleiding dan als beste naar voren komen. Het uitvoeren van 'trucjes' heeft dan geen nut."
Stelling: Het respect richting juryleden/officials moet beter
"Ja, daar ben ik het ook mee eens. Ik vind absoluut niet dat juryleden of officials als koning aangesproken hoeven te worden. Maar ik vind wel dat er rijders zijn die zich iets vaker mogen realiseren dat wij het beste met hen voor hebben en dat wij ook maar mensen zijn die het reglement nastreven. Ik heb weleens iemand gediskwalificeerd vanwege bloed. Dat was niet zo'n beetje ook, de lagen in de mond waren flink open. Als ik dan na afloop door vijf mensen opgewacht wordt die op een niet-vriendelijke manier verhaal komen halen, eisen de beslissing terug te draaien zodat ze nog finale mogen rijden en ik daardoor versterking van collega's moet inroepen... Dan hebben we volgens mij een paar afslagen gemist. Voor mij staat paardenwelzijn altijd op één en als dat betekent dat er een eind komt aan iemands wedstrijd, ben ik blij met het reglement dat me dan ook die mogelijkheid geeft. Ik snap dat er vanuit de menner emotie bij komt kijken, maar volgens mij zou schuldgevoel richting je paard op zo'n moment beter passen dan woede naar degene die je gediskwalificeerd heeft. Zulke situaties maken het werk soms minder leuk. Officials doen hun werk in het belang van de sport, zodat de menners een wedstrijd kunnen rijden. Het minst wat we in mijn ogen mogen terugverwachten is een open dialoog en respect. Ook mensen die negatief praten achter de rug van officials, maar daarover niet het gesprek aangaan en niet de moeite doen om de persoon te begrijpen, vind ik een bedreiging voor de sport. Dat kan gaan om beslissingen die officials maken tijdens de vaardigheid of marathon, over het uitdelen van waarschuwingen of over de beoordeling van een dressuurproef. Ga het gesprek erover aan, stel je vragen en doe moeite om te begrijpen waarom iemand een bepaalde beslissing heeft gemaakt. Achter iemand zijn rug om praten is makkelijk, maar het maakt iemand sterker en wijzer om het gesprek aan te gaan. Daar word je zelf alleen zelf slimmer van, een open dialoog kan ook een positieve bijdrage leveren aan de sport."
Stelling: Spectator Judging zou wat voor de mensport zijn
Op grote dressuurwedstrijden als Jumping Amsterdam en The Dutch Masters kan het publiek mee jureren via een app met de juryleden aan de baan. Zou dat wat voor de mensport kunnen zijn? "Ik heb even opgezocht wat het precies is, een super leuk initiatief! Ik denk dat het kan bijdragen aan de bewustwording dat een proef per onderdeel wordt beoordeeld en dat dat misschien niet altijd kloppend is met het totaalbeeld of het gevoel dat je na afloop hebt. Ik kan me het moment dat ik mijn allereerste tien gaf heel goed herinneren. Het ging om een volte met één hand en dat werd dusdanig goed uitgevoerd, dat ik minutenlang heb nagedacht dat ik écht niets kon bedenken wat beter kon. Ik gaf dus die tien, maar aan het eind van de dag zag ik die deelnemer niet bovenaan in de uitslag terug. Wat bleek... De menner had een verliespunt gereden. Ik had, naast die tien, ook heel veel tweeën en drieën gegeven. Die tien was me bijgebleven en ik had daardoor het gevoel dat hij een goede proef reed, maar dat was helemaal niet het geval en dat was ook duidelijk terug te zien in mijn eigen beoordeling. Het gevoel dat je dus ergens bij hebt, is niet altijd gelijk aan hoe de onderdelen uitgevoerd werden en ik denk dat de bewustwording ervan, met een systeem zoals Spectator Judging, kan vergroten."


















































































