
Dromen bestaan
Het Nationaal Rijtuigmuseum in het Groningse Leek is natuurlijk meer dan bekend. Maar is het ook wel voldoende duidelijk dat er nóg een Rijtuigmuseum bestaat in Nederland? En wel in het Noordhollandse Schagen? Vanaf 15 april weer een bezoek waard, dit èchte rijtuigmuseum bij Museum Vreeburg in Schagen. Het Rijtuigmuseum dat aan De Loet is gevestigd, ligt bijna onzichtbaar achter het Boerderijmuseum. Het Boerderijmusem is een museum waarin de gewoontes op de boerderij in de 19e eeuw hoogtij vieren.
Het is klein, maar fijn en heeft prachtige details. Details zijn zichtbaar in bijvoorbeeld de fraaie betegeling, het behangwerk en kleden. Al bijna vergeten woorden zoals de lampetkan, lambrisering en de bedstee komen bij rondlopen met een bezoek meteen weer bij je op…
Historie
De monumentale stadsboerderij dateert uit de eerste helft van de 17de eeuw. Het is vrijwel zeker dat de boerderij gebouwd werd door de adellijke familie De Waal van Vronesteijn. Of wellicht werd de boerderij gebouwd door de aan hen verwante familie Van Winssen. De oudst bekende eigenaresse was in elk geval Maria Agnes van Winssen. Bij de stadsboerderij behoorde toen 65 geersen land, dat is ongeveer 22 hectare. De grond waarop de stolpboerderij was gebouwd, was van de Heren van Schagen. De eigenaren betaalden jaarlijks erfpacht aan de slotheren, een toen gebruikelijke gang van zaken. Maria Agnes van Winssen overleed in 1669. Daarna verdeelden de erven het bezit in twee. Ze verkochten de landerijen aan Schager boeren en de boerderij zelf aan de Texelse lakenkoopman Dirk Goutsbergen. Laken stond in vroeger tijden voor een hoogwaardige, dichtgeweven en geruwde wollen stof. Een lakenkoopman was een belangrijk man, om niet te zeggen cruciaal voor de handel!
In de eeuwen die volgden ging de stolpboerderij vele malen in andere handen over. De eigenaren waren lang niet altijd boeren meer, maar ook bijvoorbeeld chirurgijn, dominee of schipper.
Opening rijtuigmuseum
De laatste familie die ruim tachtig jaar op de boerderij woonde en werkte, was de familie De Pater. Willem de Pater (1846-1921) dreef in het voorjaar zijn vee dwars door Schagen naar zijn land aan de Hoep. Dat moet een heel spektakel geweest zijn! En bovendien een flinke schoonmakerij van de straten na de doorgang van het vee! In het najaar liepen de koeien opnieuw door de stad terug naar hun stal voor de winter. Willem de Pater was de laatste boer van Vreeburg. De boerderij werd geërfd door zijn vriend, notaris Gerben Vrijburg uit Schagerbrug. Deze eigenaar verkocht het pand in 1922 aan de gemeente Schagen. Zijn naam werd meteen verbonden aan de boerderij, zij het dat Vrijburg werd verbasterd tot Vreeburg. De gemeente Schagen gebruikte de stadsboerderij aanvankelijk als kantoor voor de Dienst Openbare Werken. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw kreeg de stolpboerderij een museale bestemming. Er volgde eerst een grondige restauratie. Sinds 23 april 1980 is het pand nu het onderkomen van de stichting Museumboerderij Vreeburg. En in april 2009 werd ook het erachter gelegen nieuwe rijtuigmuseum officieel geopend. Beide gebouwen tonen nog steeds de grote rijkdom van florerend West-Friesland. Vroeger lag er nog een boomgaard achter de stadsboerderij. Netjes afgesloten achter een hek bevindt zich op die plaats nu de muziektuin, waar nog steeds geregeld geoefend en gemusiceerd wordt.
Rijtuigmuseum
Al meer dan 60 jaar gaan tijdens de Westfriese donderdagen authentieke, historische wagens, zoals speelwagens, koetsen, sjezen en tilbury’s in optocht door Schagen. Deze mooie wagens zijn allemaal in eigendom van de Westfriese Folklore die het wekelijkse donderdagse feestje organiseert. De wagens zijn stuk voor stuk geschonken door hun vorige bezitters. Ze komen met hun nieuwe bestemming in een museum erg goed tot hun recht. Voordat er een rijtuigmuseum in Schagen bestond, stonden de wagens nog dicht opeen gepakt in een wagenloods achter de al eerder bestaande Museumboerderij Vreeburg. Grote delen van het jaar bleven de details en de rijkdom van de prachtige historische wagens daarmee voor vreemde ogen onzichtbaar. Gelukkig wisten de Museumboerderij Vreeburg en de stichting Westfriese Folklore elkaar te vinden. Beide hadden dezelfde wens: de zoektocht naar meer ruimte. De Westfriese Folklore had dat nodig om de rijtuigen permanent goed te kunnen verzorgen en onderhouden. Wekelijks komt er een vrijwilligersgroep bij elkaar voor onderhoud.
De eveneens grotendeels geschonken en zelf gemaakte traditionele Westfriese kleding moest ook netjes kunnen worden opgehangen en bewaard. Die kleding wordt net als een groot deel van de rijtuigen nog steeds gebruikt, vooral uiteraard bij de Westfriese donderdagen in de zomertijd. Gezamenlijk namen Museum Vreeburg en de Westfriese Folklore toen het initiatief om een Rijtuigmuseum van de grond te krijgen, gelegen àchter het bestaande Boerderijmuseum. Gelukkig is het soms nog steeds zo dat dromen bestaan. Deze droom kon daadwerkelijk worden waargemaakt. Met eigen middelen, een ontvangen legaat, subsidies en andere bijdragen kwam in 2008 het Rijtuigmuseum gereed. Nu zijn dus bij de openingstijden op middagen in voor- en najaar en in de zomer de rijtuigen te bezichtigen. Het Rijtuigmuseum opent dit jaar weer op 15 april. Alle rijtuigen zijn bovendien in topconditie. Dat kan omdat er zich wekelijks een grote groep vrijwilligers mee bezig houdt.
Bijzonderheden
Het rijtuigmuseum heeft dus een prachtige collectie die bewonderd kan worden. Bij elk rijtuig staat een bord met de geschiedenis ervan vermeld. Bij sommige rijtuigen kan je op een knop drukken voor een extra verhaal, of voor een filmpje. Er zijn veel verschillende rijtuigen te bekijken. Erg speciaal is bijvoorbeeld de Indonesische Lijkwagen. Het verhaal erachter is bijzonder. Er is een Sjees, een Friese Tilbury uit 1880, een boerenwagen met dissel, een kerkbrik, een coupé, een arreslee. Zichtbaar aan de versieringen, werd deze door de welgestelde boerenstand gebruikt. Dat geldt ook voor de zogenaamde Witkapkar. Het hout en de wielen met beslag zijn glimmend en schoon. Op de Utrechtse Tentwagen staat in de wieldoppen de bouwer vermeld: Jac. Met Hugowaard. Veel van de wagens worden in de zomer zoals gezegd gebruikt bij de Westfriese Folklore. De Utrechtse Tentwagen blijft in het museum staan en rijdt niet mee met de optocht. Natuurlijk is er ook een boerenwagen met het wapen van Schagen. Er staat een tafereel achterop de schamel met een boer en boerin onder de appelboom, een herkauwende koe liggend op de voorgrond en korenschoven op de achtergrond. De wat belerende tekst onder het wapen en onder het boerenpaar luidt “Zo Ge arbeyt, U ’t niet speyt.” “Doet Ge ’t niet, U ’t niet verdriet..!” Deze wagen rijdt eveneens niet mee in de optocht en kan dus in het Rijtuigmuseum bij museum Vreeburg zelf worden bezichtigd. De moeite waard.
Liefhebbers
Net als in Brabant en Limburg in de winter de carnavalsverenigingen wekelijks bij elkaar komen en aan hun praalwagens werken, zo komen in Schagen op dinsdagmorgen de liefhebbers van de Westfriese Folklore wekelijks bij elkaar. Deze liefhebbers dragen zorg voor het onderhoud van de wagens. Behalve dat het klussen erg gezellig is, nemen ze het onderhoud ook zeer serieus: soms worden de wagens helemaal uit elkaar gehaald. Onderdelen worden opgeknapt, er wordt gelast, gepolijst, bijgewerkt, bijgeschilderd, bekleding wordt soms hersteld. Zo blijven alle wagens steeds tip top in orde. Bijzonder, deze wagens, zowel museumstuk maar tegelijk grotendeels bruikbaar! Wie het Rijtuigmuseum buiten de tien zomerse donderdagen van de Westfriese Folklore bezoekt, kan in het museum de authentieke rijtuigen van dichtbij bekijken op elk detail. Wat een pracht en praal wordt er bewaard. In het Rijtuigmuseum is een film te zien van de Westfriese Folklore zodat door alle bezoekers van het museum de rijtuigen ook in gebruik kunnen worden beoordeeld. En wie weet word je van het bekijken in het museum wel zò enthousiast dat je ’s zomers terugkomt naar Schagen!


























































































