Afbeelding

Buigen & rechtrichten

Topmenner Bram Chardon is, als we hem spreken net terug uit Amerika. In Ocala, Florida bracht hij onder andere een vierspan pony’s uit op de internationale menwedstrijd van Chester Weber. Bram is een praktijkman die ook de theoretische kant van de mensport op zijn duimpje kent. Als je hem een technische menvraag stelt, krijg je een antwoord dat even wat leeswerk kost. Maar dan weet je als vraagsteller wél wat je te doen staat.

Eerst naar de dierenarts

“Problemen met buiging en rechtrichten komen veel voor”, weet Bram. “Afhankelijk van de mate waarin het paard scheefloopt is het, voordat je gaat nadenken over een mentechnische oplossing, zaak om een medische oorzaak uit te sluiten. Als er bijvoorbeeld sprake is van kreupelheid, waardoor het paard een bepaalde spiergroep of been wil ontlasten, kan het gebeuren dat hij daardoor naar één kant minder buigt.” Een andere mogelijkheid, zo vertelt Bram, is dat een eerdere pijnprikkel de oorzaak is van het buigingsprobleem. “Als naar rechts buigen ooit zeer heeft gedaan, bijvoorbeeld door een blessure, zal een paard soms een bepaalde houding blijven ontwijken, omdat hij die linkt aan de pijnprikkel. Hierdoor kan het uiteindelijk gebeuren dat de spieren zich ongelijk ontwikkelen.”

Ongelijk ontwikkeld

Bram: “Dit paard wil rechtsom niet buigen. Om rechtsom buiging aan te nemen, zal de spiermassa aan de linkerkant van het paard langer moeten worden. Het kan dat de spiermassa links en rechts ongelijk ontwikkeld is; dat de spieren links vastzitten, waardoor naar rechts buigen moeilijk is. Wanneer een paard structureel niet naar rechts wil buigen, kan dat verergeren als je er niet aan gaat werken. Als de rechterkant zich blijft ontwikkelen, zal hij links steeds vaster gaan zitten.”

Longeren

Nadat een medische oorzaak is uitgesloten, raadt Bram aan om het probleem te gaan ‘uitkleden’. “Ga het voor het paard zo gemakkelijk mogelijk maken. Door onbelast, gewoon aan het halster aan de longe te kijken wat er gebeurt als hij links- en rechtsom op de volte loopt. Draait hij als hij rechtsom gaat zijn hoofd naar buiten? Springt hij in de rechtergalop aan? Vervolgens ga je longeren met een rijhoofdstel. Om het rechtsom buigen te oefenen, kun je een bijzetteugel gebruiken, maar zelf ga ik liever met dubbele lijnen longeren. Voordeel daarvan is dat je voelt aan welke kant je paard meer druk pakt, en de verbinding is minder star. Als hij rechts niet wil buigen, probeer je hem rechtsom wat naar buiten te drijven. Met je rechterteugel vraag je stelling en buiging, en de linkerteugel houd je begrenzend eraan. Daarbij kun je de zweep laten zien of achter de schoft aanleggen, om duidelijk te maken dat het paard moet wijken en buigen.”

Onder het zadel of in het enkelspan

Bram: “Als je paard dit onbelast stelling vragen goed oppakt, zou ik zelf het probleem vervolgens onder het zadel aanpakken. Omdat je voor de koets toch wat beperkter bent in je hulpmiddelen. In het zadel kun je je binnenhand wat van de hals houden. Of je binnenbeen op de singel leggen en je buitenbeen erachter, om te voorkomen dat de achterhand uitzwaait.” Voor de koets begin je in enkelspan. Bram: “De oefening schouderbinnenwaarts kan veel goeds doen voor een paard dat moeite heeft met buiging en rechtrichten. Daarbij vraag je met je rechterhand stelling, terwijl je met de buitenteugel begrenst. Ook hier kan het zweepje rechts bij de schoft helpen om te voorkomen dat het paard naar binnen valt. Of je legt de zweep linksachter aan om de beenhulp te simuleren en de achterhand te begrenzen. We beginnen in stap en draf, maar om een paard los te maken, is galop de belangrijkste en meest nuttige gang.”

In galop

Bram: “In galop kan een paard gemakkelijker stelling aannemen dan in draf. Dan is het natuurlijk wel zaak dat je een grote rijbaan hebt en dus genoeg ruimte om te galopperen. Als hij in de rechtergalop is, is hij van nature al wat naar rechts gebogen. Om het paard lichamelijk sterker te maken, zou ik op de volte gaan galopperen, en vervolgens de volte sluiten en groter maken. Daarbij probeer je – zowel links- als rechtsom – te voorkomen dat hij over de buitenschouder wegvalt of juist naar binnen valt. Ook tempowisselingen in galop zijn een goede manier om je paard sterker te maken. Als het paard dat onder de knie heeft, probeer ik een stukje contragalop mee te nemen. Bijvoorbeeld door een gebroken lijn te rijden, in het begin met een kleine hoek waarbij je dichtbij de hoefslag blijft. Als dat goed gaat, als je paard niet overspringt of in draf valt, kun je de hoek van de gebroken lijn wat scherper maken, of een halve grote volte rijden in galop.”

Handiger en leniger

Bram vertelt dat je met deze oefeningen je paard handiger en leniger kunt maken. “Het is belangrijk om zowel links- als rechtsom te oefenen. Begin met wat het paard het makkelijkst vindt en doe daarna de ‘moeilijke’ kant. Schouder binnenwaarts zal linksom makkelijker gaan. Daarom zou ik linksom beginnen, maar vervolgens wel ook rechtsom gaan oefenen. Dat geldt ook voor de galop. De rechtergalop is bij dit paard het belangrijkst en het moeilijkst, dus begin linksom. Als jij tachtig kilo paardenvoorkant in je handen hebt hangen, komen jouw hulpen niet door”, vertelt Bram. “Zonder de juiste aanleuning kun je een paard niet trainen. Aanleuning wil zeggen dat je paard een acceptabele hoofd- halshouding heeft en een aangename verbinding met je hand. Als een paard ongelijk buigt, zit er vaak ook ongelijkheid in de druk van in je hand. Probeer niet te veel te focussen op het losmaken van de sterke kant, maar zoek verbinding op de losse leidsel.”

Zweep

Ook is het belangrijk dat je paard de zijwaarts drijvende zweephulp begrijpt en accepteert. Bram vertelt dat paarden die erg scherp zijn dat soms moeilijk vinden: “Door een paard te longeren aan dubbele lijnen en met een hoofdstel zonder oogkleppen, kun je hem leren om zonder angst op de zweep te reageren. Zonder oogkleppen kan hij de zweep zien en hoef je die soms niet eens aan te leggen. Een paard dat bang is voor de zweep moet eerst leren dat je hem er geen pijn mee doet.”

Tweespan

Bram: “In het tweespan wil je liever niet twee paarden die dezelfde voorkeurskant hebben. Liefst zet je een paard dat naar links wil buigen links, en het paard dat makkelijk rechtsom buigt aan de rechterkant. Dan kunnen beide paarden gemakkelijk draaien in binnenbocht. Op wedstrijden span ik ze in aan hun voorkeurskant, maar tijdens de dagelijkse training wissel ik het af. Stel dat jij dit paard dat alleen links wil buigen, steeds links in het tweespan zet, los je het probleem niet op. In het tweespan kun je gebruik maken van de begrenzende werking van de langboom, die voorkomt dat hij rechtsom zijn achterhand uitzwaait. Maar dit heeft niet mijn voorkeur. Op die manier kan een paard bang worden voor de boom, of juist leren om tegen de boom te duwen. Dan heb je er weer een probleem bij.” Bram: “In het ‘Skala van de africhting’ van het paard, komen rechtgerichtheid en verzameling pas later in de training. Eerst is het zaak om de takt, ontspanning, aanleuning en impuls te trainen. Als een paard rechts- en linksom correct kan buigen, zich loslaat, en links en rechts verbinding heeft, is rechtrichten een logische volgende stap.”

Afbeelding
Afbeelding