Afbeelding
Foto: Sanne Wiering

Zoveel mogelijk kleine lussen

Marleen draaft aan en maakt gebruik van de volledige baan. Er staan vier kegels en een mobiele marathonhindernis klaar voor de les. "Ik vind dat het span een mooi blok is zo! Ze lopen fijn naast elkaar en hebben er zin in, goed om te zien. Ik wil wel graag zien dat je ook lussen maakt met de leidsels in de flauwe wendingen in de hoeken van de baan of op de voltes tijdens het losrijden. Je kunt lussen maken in heel veel verschillende formaten. Met een grote lus vraag je om een scherpere wending dan met een kleine lus en als we straks kort om een element draaien, moeten we meerdere lussen achter elkaar maken zodat we de wending nóg scherper kunnen inzetten. Zorg wel dat je de lussen, klein of groot, ook weer tijd op tijd laat vieren zodat het span weer rechtuit kan. Bij een scherpe wending heb ik dus liever dat je drie of vier kleinere lussen achter elkaar legt, zodat als je die om de beurt laat vieren, je een vloeiende lijn naar voren kunt rijden en tegelijkertijd vloeiend het tempo weer omhoog kunt brengen." Dries vraagt Marleen om op de volte te komen. "Pak een klein beetje meer lus om op de volte te komen. Goed, pak je zweep er maar bij. Ik vind het belangrijk dat je die altijd vast hebt, of je nu bezig bent met de warming-up of in een hindernis rijdt. De zweep is ons been, het vraagt om impuls én kan de pony's opzij laten bewegen. Die moet dus altijd gereed zijn om sturing te kunnen geven."

Afbeelding