
Gezellige Grensgevallen
Nergens zo'n fanatieke club menliefhebbers als in de Brabantse Kempen, regelmatig leggen zij nieuwe routes aan met een thema. Routes met een verhaal, zoals de Smokkelroute, de Gloeiige en Cartierheide-route. Samen met Ad Hooyen uit Luyksgestel en zijn Berdien en Vjeko rijden we de 'Grensgevallen-route', van knooppunt naar knooppunt via gevarieerde paden en landschappen.
Op een zonnige ochtend draaien we de oprit van Ad en Petrie op. Ze wonen al dertig jaar in het verbouwde boerderijtje, waar binnen veel bij het oude gebleven is. De originele plavuizen, houten draagbalken, antieke accessoires; ze herinneren allemaal aan een tijd die lang vervlogen is en zorgen voor een gezellige sfeer. In het aangrenzende schuurgedeelte is ruimte voor onder andere een enorme tafel waar vrienden en kennissen aanschuiven voor een bakkie en een overleg. Op de tafel de flyers voor de Koperteutentocht op 31 mei, die Ad samen met goede vriend Jan van de Heuvel organiseert. Aan de muren de tuigen, hoeden en decoraties die verwijzen naar mentochten waaraan Ad deelnam, zoals de populaire rally Eersel-Postel. In een ander deel van de boerderij bevindt zich een aantal boxen, onder ander die van Berdien (v. onbekend) en Vjeko (v. Viva la Bam), de respectievelijk vijftien- en zestienjarige vosjes van Ad die hij regelmatig inspant om een tochtje mee te maken. De varkensstal achter de boerderij heeft plaatsgemaakt voor een ruime schuur waarin jonge paarden en pensionpaarden huizen. Overdag verblijven die in de paddocks of in de grote weilanden om en achter de stallen.
Zelf beleren
Berdien en Vjeko staan geduldig te wachten tot we kunnen vertrekken. De E-pony’s vertonen duidelijk veel Arabisch bloed, met name Berdien, met haar korte kruis, hoog gedragen staart en edele hoofdje. Ze loopt met haar hoofd hoog en maakt korte pasjes. Vjeko heeft ruimere gangen, en toch vormen de twee een perfect op elkaar afgestemd span. Ad kocht zijn paarden als 2,5-jarige en heeft ze zelf betuigd. “Eerder had ik altijd tuigpaarden. Ze liepen prachtig, maar ik vond ze te groot. Bovendien hadden ze snel de pijp leeg, terwijl deze altijd maar doorgaan. Ik ben heel erg in mijn sas met dit span en kan ermee lezen en schrijven.” Het was niet meer dan logisch dat Ad groene paarden kocht. Na dertig jaar gewerkt te hebben als loodgieter – met de paarden als hobby – solliciteerde hij op aandringen van Petrie bij VDL Groep, omdat hij last van zijn lijf kreeg in het fysiek veeleisende vak. Hij had al naam gemaakt als trainer van jonge paarden en dat was precies waarnaar ze in 2008 op de gerenommeerde stal op zoek waren: iemand met ervaring, die in alle rust elk jaar aan de slag ging met de bijna driejarige toekomstige sportpaarden. Na een jaar gaf Ad ze als brave, zadelmakke vierjarigen door aan de ruiters die de verdere opleiding voor hun rekening namen. Een nieuwe groep jonkies die net uit de opfok kwam, stond dan weer voor hem klaar. “Ik heb vijftien jaar met veel plezier op Stoeterij Duyselshof gewerkt; het is mooi om te zien dat ‘mijn’ paarden het goed deden en nog doen in de springsport.”
Veiligheid
Dat Ad een echte paardenman is, spreekt uit de manier waarop hij omgaat met zijn paarden. Rustig en duidelijk, zonder teveel woorden. Veiligheid staat daarbij voorop. “Alles is bij mij routine, maar ik ga daarin nooit te snel. Een ongeluk gebeurt bijna altijd omdat er te gemakkelijk of haastig wordt gehandeld. Een simpel voorbeeld is het veilig vastzetten van de paarden. Dat gebeurt met stevig materiaal aan de boom én stevige halsters over het hoofdstel heen.” Ook belangrijk: “Altijd opletten. Dus niet zomaar een beetje op de bok zitten te lummelen, maar actief rijden, en in de gaten houden wat er om je heen gebeurt zodat je je paarden voor blijft als ze schrikken. Daarnaast zorg ik ervoor dat ik altijd iets contact houd; de leidsels hangen nooit in een boogje, om dezelfde reden. Je paarden voelen jou, jij voelt hen.” Dat te allen tijde attent zijn, spreekt uit het feit dat Ad wél twee reeën heel snel het paardenpad zag oversteken, en wij niet … Ik had mijn blik op Ad gericht terwijl hij aan het woord was; Bas keek net naar beneden.
Knooppunten volgen
Elke grenspaal heeft een eigen nummer en verhaal
Vanaf het erf draaien we zo een landweg op die naar het beginpunt van de Grensgevallen-route leidt. Onze route begint bij knooppunt 51. Ad kent de wijde omgeving als zijn broekzak, maar vertelt dat hij de te rijden route nog even gecontroleerd heeft. Ik heb als steuntje de folder met de nummers en informatie bij me, maar Ad is me telkens voor. In een voor de paarden comfortabele draf leggen we de kilometers over de zandwegen af, waarbij ook in de scherpere bochten het tempo aangehouden wordt. Deze route kent slechts een paar korte, verharde stukjes en voert zowel over smalle bospaden als brede zandpaden waarlangs eindeloze - al dan niet pas geploegde - akkers zich uitstrekken. Af en toe steken we een grotere B-weg over. Al snel bereiken we de eerste grenspaal, nummer 1843, het eerste fotomoment. Elke grenspaal heeft een eigen nummer en een eigen verhaal. We rijden dan weer in Nederland, dan weer in België; de grens is telkens dichtbij en van tijd tot tijd passeren we een grenspaal of het moderne blauwe ‘België-bord’ met gele Europa-sterren. Rechts van ons zien we een oud grenswachtershuisje en een nagebouwd stuk ‘dodendraad’: stevige hoge afrastering waar je niet door- of overheen kon omdat er 2000 Volt op stond.
De Koperen Teut
We leggen de hele route in draf af, op een paar galopsprintjes en stappauzes na. Bij De Koperen Teut houden we halt. Het café is een ontmoetingspunt voor menners. We komen er onder andere de burgemeester van het vlakbij gelegen Lommel (BE) tegen met zijn mooie span donkerbruine tuigers. Hij is bij vele bijeenkomsten van Paardrijden in de Kempen aanwezig om de samenwerking nog meer uit te breiden door in de toekomst misschien meer grensoverschrijdende ritten te maken en de knooppuntenroutes in beide landen te verbinden. Na de koffie en een Brabants pilsje is het nog maar een kort stukje naar huis. De pony’s willen nog wel even door. “Voor hen is deze route een opwarmrondje”, lacht Ad. “Ze gaan eerst even op stal om te eten en daarna mogen ze lekker naar buiten. Ze hebben het weer prima gedaan!”











