Afbeelding

“Genieten én presteren met de Lipizzaners”

Sport

Haitske van Heek-Bobbink kreeg ‘paarden’, en meer specifiek ‘mennen’ van kinds af aan mee. Haar vader Willem Bobbink was in de jaren ‘70/eind’80 een bekende verschijning op de internationale wedstrijden met zijn Friezen en later de Lipizzaners.

“In eerste instantie reed ik vooral onder het zadel, maar al snel zat ik ook op de bok en hielp ik mijn vader mee met het beleren van de jonge paarden. Ook ging ik mee als groom. Ik zal een jaar of zestien geweest zijn toen ik mijn eerste wedstrijd reed. Met een oude Fries uit het eerste vierspan en vrij snel daarna met de jonge lipizzaners De voorkeur voor de lipizzaner heeft Haitske nog altijd, al was er een periode dat er in haar leven geen plek was voor paarden, vanwege studie en gezin. Inmiddels heeft ze weer een koppeltje schimmels, en met twee ervan ment ze, in enkel- en tweespan. De 17-jarige zelfgefokte ‘Karel’ start ze daarnaast onder het zadel in de Z2-dressuur en met hem maakt ze ook wel eens een sprongetje.

Sensibel maar eerlijk


Naast Karel loopt de Lusitano schimmelruin Nolan in het span. “Ze lijken precies op elkaar en mensen denken vaak dat ik twee Lipi’s voor de wagen heb. Ze passen precies bij elkaar wat maat en beweging betreft. Hun karakter verschilt echter als dag en nacht”, schetst Haitske. “Nolan is een beetje een clown en een echte marathontijger; hij wil eigenlijk alleen maar hard. Mijn man Frederik als groom en ik hebben afgelopen seizoen een aantal fijne wedstrijden gereden in de klasse M, zoals Haaksbergen, Wierden, Heeten en Eefde. In Heeten wonnen we de marathon en waren we tweede in het eindklassement.”

Jonge aanwas


Behalve haar sportschimmels lopen er in de wei bij de familie Van Heek-Bobbink nog een oudere merrie, ook een nazaat uit het span van haar vader. Ze is een volle zus van Karel waar Haitske mee geprobeerd heeft te fokken, maar dat lukte helaas niet. “Ze is nu te oud om haar nog een keer drachtig te laten worden, vind ik, dus hier stopt de derde generatie Bobbink-fokproducten. Om toch opvolging voor het span te hebben – Karel is tenslotte 17 jaar – heb ik een jaar geleden een jaarling merrie in Slovenië gekocht. Ik had geen haast met het kopen van een jonger paard, en deze bleef maar voorbijkomen in advertenties. Ze wordt volgend jaar drie, en ik ben een beetje met haar aan de gang, spelenderwijs. Siva lijkt een fijn paard te worden; ze kijkt helemaal nergens naar, zoals de jongens, maar we gaan het zien.”

Druk in de dressuurring


‘De jongens’ Karel en Nolan kunnen nogal kijkerig zijn. “Ze hebben er bijvoorbeeld allebei een hekel aan om het water in te gaan. Dan houden ze altijd in en moet ik ze een beetje overtuigen. En dan trekken ze zich toch aan elkaar op, op een of andere manier, en lopen braaf door. Ik zou heel graag volgend jaar de overgang naar het Z maken, maar de dressuur is onze bottleneck. Zodra Nolan in de dressuurring is, wordt hij meteen heel ingewikkeld. Hij gaat dan lopen huppelen en druk doen. Daarom laat ik de paarden behoorlijk onder tempo lopen, dan blijft hij in elk geval in stap/draf. En ik neem vooral hem in de clubles mee in het enkelspan, in de hoop hem bij te spijkeren. Het is echt een puzzel om hem en Karel fijn naast elkaar te laten lopen in de proef.”

Toekomst

“Het zou mooi zijn als Siva op den duur Nolan kan vervangen in de dressuur”, kijkt Haitske vast vooruit. “Ik hoop dat Karel nog even mee kan. Over het algemeen zijn Lipizzaners harde paarden, dus waarom niet? En dan zouden Karel en Siva de dressuur kunnen lopen, en kan Nolan mooi zijn ei kwijt in de snelle onderdelen, met Siva of Karel. Het is toekomstmuziek, maar wel léuke muziek!” (cd)

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding